Acht uur rijden om in Polen het verboden vuurwerk in te slaan

Polen De clandestiene handel in vuurwerk tiert welig. Nederlandse liefhebbers slaan in Polen in. „Als alles je wordt afgepakt, dan denk je: ik doe het lekker toch, en dan extremer.”

Met een zwart mondkapje op en de blik van een havik in zijn lichtgroene ogen loopt Ruud Vlemmix de vuurwerkgroothandel binnen en duikt er rechtstreeks op zijn prooi. Deze, wijst hij naar een veelkleurige doos die tweehonderd prachtige ontploffingen belooft. En ook die knalrode 50.000-klapper, graag. Vlemmix weet precies wat hij zoekt: „Eén keer aansteken en dan minutenlang knallen, tot de hele straat rood is.”

Samen met zijn maat Norbert Gebski heeft Vlemmix bijna acht uur gereden om in Polen inkopen te doen voor het verboden Oud en Nieuw-vertier. Binnen een paar minuten – en 1.500 zloty (335 euro) armer – staat hij weer buiten in de koude mist van de noordwestelijke grensstad Szczecin. Dan blijkt de achterbak van zijn gehuurde, witte Renault Twingo te klein voor beide dozen. „We moeten nog even inpakpapier kopen”, zegt Vlemmix lachend. „Mochten we bij de grens worden tegengehouden dan doen we alsof er kerstcadeautjes liggen op de achterbank.”

In de hoop op een rustig einde van dit coronajaar heeft de Nederlandse regering ál het vuurwerk verboden. Na forse problemen met de openbare orde en geweld tegen politieagenten bij de laatste jaarwisseling werd in januari al besloten knalvuurwerk en vuurpijlen in de ban te doen. Om de druk op de zorg en andere hulpverleners te beperken, is de maatregel vorige maand opgeschaald naar een totaalverbod. Dit tot woede en verdriet van vuurwerkverkopers en liefhebbers, zoals Vlemmix (31) en Gebski (43). „Ze zeggen dat dit verbod tijdelijk is, maar je weet dat ze volgend jaar wel weer een nieuwe smoes verzinnen”, zegt Gebski, die de hele dag zijn zwarte muts ophoudt.

Afgeladen bestelbusjes

De vraag is hoe zo’n – tijdelijk of permanent – verbod te handhaven is in een Europa zonder grenzen. Online en offline clandestiene handel in vuurwerktiert welig. De politie onderschept regelmatig afgeladen bestelbusjes onderweg uit Polen en Duitsland. Ook over de grens in België gaat de verkoop van vuurwerk door. Bij rellen voorafgaand aan de jaarwisseling bijvoorbeeld in Veen en op Urk, is steevast vuurwerk in het spel.

De politie richt zich „vooral op zwaar illegaal vuurwerk dat wordt geïmporteerd door een netwerk van criminele handelaren”, zegt woordvoerder Mireille Beentjes. „Nitraten, shells en cobra’s, die levensgevaarlijk zijn voor mensen die niet geleerd hebben ermee om te gaan.

Dat nu alles illegaal is, maakt zwaarder en zelfs professioneel vuurwerk (de zogeheten categorie 4, die inmiddels in heel Europa alleen met een vergunning mag worden gekocht) populairder. Wie de wet breekt, is niet geïnteresseerd in een paar simpele sterretjes. „Als alles je wordt afgepakt, denk je: ik doe het lekker toch en dan extremer”, zegt Vlemmix. „Dat zie je bijvoorbeeld ook bij Zwarte Piet.”

Sommige fanatiekelingen, zoals Vlemmix, kopen uit frustratie over Nederlandse beperkingen hun vuurwerk al jaren liever in het buitenland. Hoe diep zijn passie voor vuurwerk zit, kan hij niet goed onder woorden brengen. „Het is gewoon mooi, toch?” De enorme knallen en de risico’s doen hem niet sidderen. „Dit vuurwerk is gekeurd. Als je er normaal mee omgaat, is het ongevaarlijk. Wat het spannend maakt, is juist dat het niet mag.”

Veroordeeld voor handel

Zo begon het toen hij als tiener in Breda naar België fietste om in Nederland verboden strijkers te kopen. Het escaleerde toen hij in 2009, net meerderjarig, een eigen handeltje opzette. Hij liet Nederlandse klanten bij hem professioneel vuurwerk bestellen, speelde die orders door naar een groothandel in het Poolse Lodz en die stuurde het vuurwerk direct naar de klanten. In 2012 werd Vlemmix opgepakt. Hij zat in totaal negen maanden in de Koepelgevangenis in Breda voor „het verzwijgen van het schadelijke karakter” van de waren die hij te koop aanbood – en het leven van de postbode in gevaar bracht. „Hij is behandeld alsof hij een terrorist was”, zegt Gebski verontwaardigd.

Voor de een is Vlemmix een crimineel, voor de ander een activist die opkomt voor gewone Nederlanders die hechten aan tradities. Hij wil per se wél met zijn naam in de krant, omdat wat hij doet misschien niet legaal is, maar dat volgens hem wel zou moeten zijn. „Er gebeuren alleen ongelukken met vuurwerk door lompe mensen, die dronken zijn of ermee gaan gooien. Als dat de standaard is, kun je alles wel verbieden.”

Na zijn vrijlating werkte Vlemmix acht jaar voor een bierbrouwer. Hij legde de leidingen aan op evenementen, tot die door de coronapandemie op hun gat kwamen te liggen. „Sinds twee dagen ben ik werkloos.” Hij doet het iets rustiger aan met vuurwerk dit jaar. „Normaal geef ik 800 à 900 euro eraan uit, nu misschien de helft.” Al rekent hij dan de autohuur en de hotelkamer niet mee. En de tijd die hij steekt in de website en Facebookgroepen over vuurwerk die hij beheert.

Gebski, Pool van geboorte en „werkzoekend elektricien”, is alleen mee naar Szczecin voor de gezelligheid. „Ik vind vuurwerk leuk om te zien, vooral tijdens een show of een festival, maar ik geef er geen cent aan uit”, zegt hij met een luide lach.

Klik hier voor het complete stuk

(Bron: NRC Geschreven door: Emilie van Oteren)

About the author

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *